
Zeventig maal zeven maal
Vergeven? Wat is dat en hoe moet dat?
Iedereen beseft dat vergeven niet makkelijk is. Nooit. En dat het moeilijker is naarmate het geleden onrecht en dus de opgelopen beschadigingen groter zijn. En toch komt het wel voor dat een slachtoffer wordt voorgehouden worden dat hij/zij de dader nu toch maar eens moet vergeven en weer normaal tegen hem/haar moet doen. Of die dader zijn schuld erkent of niet. Want dat is toch wat Christus van ons vraagt, nietwaar?
Maar zo is het niet. En dat heeft God Zelf ook niet gedaan met onze zonden. Het kruis op Golgotha betekent namelijk niet dat God onze zonden allemaal niet zo erg vindt. Het kruis op Golgotha is er juist het bewijs van hoe erg God al onze misdaden vindt. En hoe boos Hij daarom is. En hoe Hij die juist niet bagatelliseert of excuseert. En dus mogen wij dat ook niet van elkaar vragen. Dat is een verkeerd verstaan van wat vergeving is.
Vergeving is niet: het goedkeuren van het gedrag van de dader; ook niet het vergeten of ontkennen van wat er is gebeurd; en ook niet het bagatelliseren van de daad of het excuseren van de dader (alsof hij er niets aan doen kon). Op deze wijze zou “vergeving schenken” een nieuwe loden last op de schouders van het slachtoffer leggen.
Vergeving is wel: dat je als slachtoffer afziet van eigen wraakactie tegen de dader. Niet meer en niet minder dan dit: het afzien van een eigen wraakactie.
Je zou kunnen zeggen: vergeven is zoiets als ’loslaten’. Je maakt je los van je gerichtheid op de dader en op wat er met hem gaat gebeuren. Of althans, dat probeer je. En dat is niet niks: dit is echt heel wat. Want een slachtoffer is vanuit zichzelf juist heel sterk op het wreken van de misdaden of het veranderen van de dader gericht, en daardoor emotioneel heel erg gebonden aan de dader.
Vergeven is er nu juist op gericht die band door te snijden. Zodat je als slachtoffer weer los komt van de dader. Daarmee is vergeven niet het uitpoetsen of het ontkennen van de schuld van de dader.
Nee, werkelijke vergeving blijft uitgaan van de schuld van de dader en houdt die ook overeind, maar geeft die over. Je geeft de dader (en zijn schuld) als het ware over aan God. Of eventueel aan
juridische instanties (als dienaresse van God, zie Rom. 13). Laten die maar bepalen wat er met de dader moet gebeuren.
Op deze wijze is vergeving heilzaam voor het slachtoffer. Want het slachtoffer komt vrij uit de greep die de dader eigenlijk steeds op haar/hem gehad heeft. Want zolang het slachtoffer nog (in zijn hoofd) bezig is met wat er met de dader zal gaan gebeuren is het slachtoffer nog in de greep van de dader. Vergeven is niet makkelijk, maar het is wel degelijk in het belang van het slachtoffer wanneer hij dit doet. Met dat hij vergeeft komt hij los uit “de gevangenis van de wrok”.
Vergeving kan dus ook eenzijdig plaatsvinden. En, hoe gek dat ook klinkt, dat is maar goed ook. Vergeving is een actie van de kant van het slachtoffer. Waar de dader NIET voor nodig is.
Het is “makkelijker” om te vergeven wanneer de dader werkelijk berouw heeft, maar nodig is het – gelukkig – niet. Het slachtoffer is kan en moet hierin zelfstandig beslissen.
“Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere.”
Rom. 12:19