
Vorige week was het dankdag. In de avonddienst ging de preek over 1 Thes. 5: “Dank God in alles. Want dit is de wil van God in Christus Jezus voor u.”
Is dat niet veel te hoog gegrepen? Dat lijkt toch veel te moeilijk. Danken in alles. De omstandigheden waarin wij verkeren kunnen soms zo moeilijk en zwaar zijn. En dan danken?
Maar er staat niet dankt voor alles, nee, dankt ín alles.
In het Oude Testament komen we Jeremia tegen. Wat had hij een moeilijk en zwaar leven. God had hem tot profeet geroepen, terwijl hij zichzelf daar niet geschikt voor vond. Maar goed, God riep hem dus hij ging. Maar zijn boodschap werd met hoon ontvangen, en voor zijn moeite werd Jeremia in een put gegooid.
Hij zat letterlijk diep in de ellende. Zo diep, dat hij naast zijn profetisch boek, nog een ander boek schreef: Klaagliederen.
Maar in Klaagliederen 3 komen we iets heel moois tegen. Midden in de ellende, als hij het uitroept dat pijlen hem doorboren, veranderd opeens de toon van zijn betoog. Hij schrijft:
Van vrede verstoten is mijn ziel, ik ben het goede vergeten. En ik zei: Mijn kracht is vergaan, en wat ik van de HEERE verwachtte. Denk aan mijn ellende en mijn ontheemding, aan de alsem en de gal.
Mijn ziel denkt er onophoudelijk aan, zij buigt zich neer in mij. Dit zal ik ter harte nemen, daarom zal ik hopen: Het is de goedertierenheid van de HEERE dat wij niet omgekomen zijn, dat Zijn barmhartigheid niet opgehouden is! Nieuw zijn ze, elke morgen; groot is Uw trouw! Mijn deel is de HEERE, zegt mijn ziel, daarom zal ik op Hem hopen. Goed is de HEERE voor wie Hem verwacht, voor de ziel die Hem zoekt. Goed is het te hopen en stil te wachten op het heil van de HEERE. (Klaagl. 3:17-26)
Wat een getuigenis! Midden in de ellende, of juist daardòòr, zien op Gods genade!
Let op dat woordje “heil” in vers 26. In de grondtekst staat daar Yeshua – Jezus! Hij is onze volkomen verlosser en Hij zal ons te rechter tijd verlossen van al onze ellende, zwakheden, zonden, en verdriet.
Maar, blij vooruitzicht, dat mij streelt!
Ik zal, ontwaakt, Uw lof ontvouwen,
U in gerechtigheid aanschouwen,
Verzadigd met Uw Godd’lijk beeld.
(Ps. 17:8 berijmd)