
Uit het hele menselijke geslacht, verkoos God Zich Abraham, Izak en Jakob om Hem te dienen. En daarna kiest God Juda uit, de vierde zoon van Jakob. Waarom? De Bijbel geeft er geen expliciete reden voor. Sommige Bijbeluitleggers menen dat de oudste drie broers, Ruben, Simeon en Levi gepasseerd werden om hun slechte gedrag.
Maar als “gedrag” Gods keuze zou bepalen, zou Jakob dan verkozen zijn? Of Juda zelf? Lees de geschiedenis met Tamar (Gen. 38) er maar eens op na. In zichzelf was Juda ook niet “zo’n beste”.
Later zien we in Juda’s karakter wel een kering ten goede, als hij zich garant stelt voor zijn jongste broertje, Benjamin (Gen. 44). Maar Jozef overtreft Juda qua karakter toch op alle punten? Hij bleef rechtvaardig terwijl hij enorm leed onder ernstig onrecht, en steeg vervolgens naar aanzien en autoriteit.
God heeft Jozef zeker beloond, hij kreeg het eerstgeboorterecht (1 Kron. 5), d.w.z. een dubbel deel. In plaats van dat er één stam van Jozef was, richtten zijn twee zonen elk hun eigen stam op, en beiden werden rijk gezegend.
Maar nee, de koninklijke scepter kreeg Jozef niet. Deze werd aan Juda gegeven. Jakob profeteerde:
“De scepter zal van Juda niet wijken en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Hem zullen de volken gehoorzamen.” (Gen. 49:10)
Maar waarom Juda? Misschien heeft het wel te maken met moeder Lea.
Zij had een zwaar en moeilijk leven. Haar man was dolverliefd op haar zus, en ze moesten allemaal samenleven in een zeer disfunctionele gezinssituatie. Ze was ongewenst en ongeliefd. Iets van haar emoties kunnen we proeven in de namen die ze haar kinderen geeft. (Gen. 29):
“Lea werd zwanger en baarde een zoon. Zij gaf hem de naam Ruben. Want, zei zij, de HEERE heeft mijn verdrukking gezien. Voorzeker, nu zal mijn man mij liefhebben.
Lea werd weer zwanger en baarde een zoon. Zij zei: Omdat de HEERE gehoord heeft dat ik minder geliefd ben, heeft Hij mij ook deze zoon gegeven. Zij gaf hem de naam Simeon.
Nogmaals werd zij zwanger en baarde een zoon. Zij zei: Nu, ditmaal, zal mijn man zich aan mij hechten; ik heb hem immers drie zonen gebaard. Daarom gaf hij hem de naam Levi.”
Werd haar hoop vervuld? Daar lezen we niets over. Maar er gebeurde toch iets heel bijzonders.
“Weer werd zij zwanger en baarde een zoon. Zij zei: Ditmaal zal ik de HEERE loven. Daarom gaf zij hem de naam Juda.”
Nee, haar pijn was niet weg, maar haar focus was niet langer op haar moeiten en verdriet. Ze keerde zich tot God, en ging Hem prijzen.
Er niets dat God meer verheugt – een vrijwillig offer van lofprijzing te midden van ontberingen. Het drukt zoveel liefde en vertrouwen in God uit, zoveel eer. En misschien is dit wel de reden dat God besloot dat Juda de voorvader van David zou zijn, en uiteindelijk de Messias. Lea’s kostbare hartsverandering, terwijl ze nog steeds veel pijn had, was zo krachtig en aangenaam voor God dat Hij de eer van zijn scepter gaf aan degene wiens naam “Lof” betekent.
Wie lof offert, eert Mij,
en baant de weg, dat Ik hem Gods heil doe zien.
(Ps. 50:23 NBG)