De Hebreeuwse letter Mem wordt op twee verschillende manieren geschreven.

De  letter “מ” wanneer deze aan het begin van een woord voorkomt of ergens midden in een woord. Dat is de meest voorkomende vorm in de Bijbel. Het wordt ook wel de “open mem” genoemd, vanwege de kleine opening in de linkeronderhoek.

De “ם” is de hoofdletter en wordt de “gesloten mem” genoemd. Deze wordt alleen gebruikt als het de laatste letter is van een woord. Vergelijkbaar met ons gebruik van een hoofdletter aan het begin van een zin (Hebreeuws wordt van rechts naar links gelezen).

 

Volgens de regels van de Hebreeuwse grammatica en spelling kan een gesloten mem dus alleen aan het einde van een woord voorkomen. Maar er is één plaats in de Bijbel, waar midden in een woord een gesloten mem voorkomt.

Dit woord, dat de regels van de Hebreeuwse grammatica en spelling tart, is te vinden in het boek van Jesaja in de profetie over de komende Messias: Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Aan de uitbreiding van deze heerschappij en aan de vrede zal geen einde komen op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het te grondvesten en het te ondersteunen door recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid.” (Jes. 9:5,6).

De gesloten mem verschijnt in het woord “הברםל”  “l’Marbeh”.

De tweede letter van dit woord (van rechts naar links gelezen) is een gesloten mem. De eerste letter, de “l”, is een voorvoegsel dat is vertaald met ‘aan de’. “Marbeh” betekent “uitbreiden of vergroten”, en wordt hier gespeld met een gesloten mem. “Marbeh” wordt op verschillende andere plaatsen in de Hebreeuwse Bijbel aangetroffen, en altijd in de vorm die de lezer verwacht, met een open mem. Maar hier verschijnt “Marbeh” met een gesloten Mem.  En dat is niet per ongeluk!

Jesaja vertelt ons hier dat het Kind dat geboren zal worden, geborgen is in een gesloten baarmoeder, die pas geopend zal worden bij Zijn geboorte.

“De Heere Zelf zal u een teken geven: Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven.” (Jesaja 7:14)