“En op de eerste dag van de week, toen de discipelen bijeengekomen waren om brood te breken, sprak Paulus hen toe, omdat hij de volgende dag wilde vertrekken; en hij liet zijn toespraak voortduren tot middernacht. En er waren veel lampen in de bovenzaal waar zij bijeenwaren. En een zekere jongeman, van wie de naam Eutychus was, zat in het venster en werd door een diepe slaap overmand, doordat Paulus zo lang sprak. Hij viel, door de slaap overmand, van de derde verdieping naar beneden en werd dood opgetild. Maar Paulus ging naar beneden, wierp zich op hem, sloeg zijn armen om hem heen en zei: Maak geen misbaar, want zijn ziel is in hem. En nadat hij weer naar boven gegaan was, brood gebroken en iets genuttigd had, en hij lang, tot het aanbreken van de dag toe, met hen gesproken had, vertrok hij zo. En zij brachten de jongen levend mee en werden bovenmate vertroost.” (Hand. 20:7-12)
Wat is de betekenis van dit verhaal? Een waarschuwing om nooit in slaap te vallen tijdens een preek?
Nee, het gaat veel dieper.
In het OT zien we een tweetal opwekkingen uit de doden. Zowel Elia als Elisa wekken een jonge man op, en in beide verhalen (1 Kon. 17 en 2 Kon. 4) is sprake van een bovenzaal. In het NT zien we eerst Petrus die een vrouw uit de doden opwekt (Hand. 9 en 20), ook weer in een bovenzaal, en nu dan Paulus. Door het trefwoord “bovenkamer” verbindt Lucas Paulus’ opwekking van een jongen uit de dood met al die andere opwekkingen.
In de eerste eeuw van de Kerkgeschiedenis werd Paulus’ legitimiteit als apostel fel bestreden. Maar door dit wonder worden de lezers met de neus op de feiten gedrukt. Paulus is werkelijk een ware Apostel! Net zoals Elisa de wonderen van Elia herhaalt als bewijs dat hij de ware opvolger van Elia was, zo herhalen Jezus’ apostelen in Handelingen de wonderen van hun Meester om te bewijzen dat ze uniek zijn uitgekozen om de mantel van hun Meester te dragen.
En wat heeft dat ons in onze tijd te zeggen? Dat alle brieven van Paulus volledig geïnspireerd zijn en de volkomen betrouwbare woorden van Jezus Christus aan zijn kerken. Omdat het de unieke stempel van Goddelijke autoriteit op alle boeken van het Nieuwe Testament bevestigt.
En hoewel Paulus geen deel uitmaakte van de oorspronkelijke twaalf – de twaalfde werd trouwens ook al verkozen in een “bovenzaal” (Hand. 1:12-26) – zijn alle brieven van Paulus volledig geïnspireerd en de volledig betrouwbare woorden van de Heere Jezus aan Zijn Gemeente.
“En wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart. Dit moet u allereerst weten, dat geen enkele profetie van de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat; want de profetie is destijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar heilige mensen van God, door de Heilige Geest gedreven, hebben gesproken.” (2 Petr. 1:19-21).